Rob Smetsers: “Als je iets niet kunt loop je daarmee niet te koop”

Stichting Leergeld Veldhoven en de Kempen (Leergeld) en het DigiTaalhuis sloten woensdag 8 december een belangrijke overeenkomst in de Bibliotheek Veldhoven. De samenwerking is erop gericht dat vrijwilligers van Leergeld laaggeletterdheid herkennen bij de gezinnen die ze bezoeken. De vrijwilligers worden daarin getraind. Wat is het Digitaalhuis en waarom Leergeld?

Bij benadering hebben ongeveer 3.400 Veldhovenaren moeite met lezen en schrijven in het Nederlands. De meeste van hen hebben een Nederlandstalige achtergrond. Meestal hebben zij ook veel moeite met rekenen en de computer. Meer dan 6.600 Veldhovenaren hebben geen of onvoldoende digitale vaardigheden. In onze kennissamenleving kun je niet zonder lezen, schrijven en rekenen, maar ook niet zonder computer, bijvoorbeeld omdat over enkele jaren de overheid volledig digitaal gaat.

DigiTaalhuis helpt mensen op weg

Rob Smetsers is coördinator van het DigiTaalhuis, een samenwerkingsverband van de gemeente Veldhoven en een aantal organisaties. Zij zetten zich in om de taal-, reken- en digitale vaardigheden te verbeteren. Het DigiTaalhuis is een ontmoetingsplek in de Bibliotheek waar mensen geholpen worden met hun vragen of bij meedoen aan taalactiviteiten of trainingen. Rob: “Als je lezen en schrijven lastig vindt loop je daarmee liever niet te koop. Je gaat dan niet makkelijk uit jezelf naar het DigiTaalhuis. Hulpverleners kunnen dan een belangrijke rol spelen.”

Belangrijke rol vrijwilligers Leergeld

“Onze vrijwilligers komen bij gezinnen thuis en leren de thuissituatie kennen”, vult Angela van Gerwen, voorzitter van Leergeld, aan. “Het is dus van belang dat zij het herkennen als ouders moeite hebben met taal of de digitale wereld. In de trainingen hebben ze geoefend om daarover het gesprek aan te gaan en het DigiTaalhuis onder de aandacht te brengen. Dat is belangrijk voor het hele gezin, want als je taal- en digitaal vaardig bent kun je jezelf beter redden en actiever meedoen in de maatschappij.”